Interview met Yorick Goldewijk

“Lieve god, Abel,’ zei ze toen. ‘Ik ben een hert…”

Yorick Goldewijk is geboren in 1979, maar koestert nog altijd de blik van een tienjarige. Die kinderlijke verwondering vormt de motor van zijn werk als schrijver en componist. Wat begon als een jongensdroom – verhalen bedenken, tekenen, muziek maken – groeide uit tot een veelzijdige praktijk waarin vooral schrijven en componeren centraal staan. Hij maakte muziek voor films, games en commercials, en voorzag ook zijn eigen boeken van een klankwereld.

Fantasie is daarbij zijn kompas. Met boeken als Films die nergens draaien – bekroond met de Gouden Griffel en internationaal geprezen – en De boom die een wereld was, winnaar van de Ludoq, bewees hij dat verbeelding geen leeftijd kent. Zijn jongste boek Albatros besprak ik op deze site.

Albatros is een boek dat je niet elke dag tegenkomt. Wanneer wist je: dit verhaal móét ik schrijven?

Voordat ik precies wist hoe het verhaal van Albatros zich zou ontwikkelen, had ik het einde al geschreven. De vraag die ten grondslag ligt aan het verhaal en waar ik op het einde een antwoord op probeer te formuleren is een eeuwenoude: wegen onze goede dingen op tegen onze slechte? Enerzijds zijn we in staat tot prachtige dingen zoals muziek en vriendschap en mededogen, en anderzijds doen we elkaar en de wereld de vreselijkste dingen aan. Alles met hetzelfde vuur. Ik maak me, zoals heel veel mensen, zorgen om wat er speelt in de wereld, en ik wind me er over op, vooral omdat er een gevoel van machteloosheid mee gepaard gaat. Er gaat zoveel mis, er is zulk onvoorstelbaar onrecht en er is zo weinig wat je kunt doen. Ik denk dat Albatros daarom zo urgent voor me was: het was mijn manier om ontwikkelingen in de wereld en mijn mensbeeld een plek te proberen te geven, van verschillende kanten te bekijken, mijn weerzin en zorgen te uiten, maar tegelijkertijd niet uit het oog te verliezen hoeveel er wél de moeite waard is. En toch, uiteindelijk, een lans te breken voor de mens. Want ook al volgt er misschien niet het happy end dat sommige lezers zouden hopen, toch is Albatros een verhaal dat hoopvol is en dat de lezer achterlaat met gedachten over liefde en vriendschap en schoonheid.

Ik ben benieuwd naar jouw uitgangspunt. Waren dat misschien de twee hoofdpersonen, de nieuwe wereld waarin ze zijn terechtgekomen of een thema (of meer) dat je aan de orde wilde stellen?

 Mijn uitgangspunt is de vraag zoals ik die hierboven stel: zijn de mensen het waard om te bestaan? Wegen de mooie dingen die we voortbrengen op tegen de vreselijke dingen? Een ander belangrijk aspect daarbij is er een die met perspectief te maken heeft. Onrecht is een kwestie van perspectief. Rechtvaardigheid, waarheid, schuld, zelfs feiten zijn afhankelijk van perspectief. De twee hoofdpersonen, Kat en Abel, zijn overtuigd van hun eigen gelijk, van de schuld van de ander, van de feiten die hun wereld vormgeven. Maar door met elkaar opgezadeld te worden, worden Kat en Abel gedwongen om daar voorbij te kijken.

Met de titel Albatros kun je vele kanten op. Wat schuilt er voor jou achter, binnen het verhaal?

 De albatros verwijst historisch en in de literatuur naar verschillende dingen die je in verband zou kunnen brengen met het verhaal. Zo staat de albatros in de literatuur vaak symbool voor schuld, zoals in het gedicht The Rime of the Ancient Mariner van Coleridge. In de geschiedenis van de zeevaart is de albatros juist een teken van geluk. Maar voor mij was de keuze voor de albatros als dier – en dus als titel van het boek – toch vooral vanwege het gevoel van vrijheid dat hij bij mij oproept, en het idee van perspectief, hoe je van hoog in de lucht alles kunt overzien, afstand kunt nemen.

Waren de thema’s zoals ik ze in mijn recensie noemde bewuste keuzes of zijn die tijdens het schrijven gegroeid?

Het belangrijkste thema, de ‘motor’ achter het verhaal, is de tegenstrijdigheid die in de mens zit. Het vuur dat enerzijds liefde en verbeeldingskracht en zachtheid voortbrengt, en anderzijds haat en woede en vernietiging. Dat thema was er vanaf het begin. En tijdens de zoektocht van mijn hoofdpersonen dienden zich natuurlijk allerlei andere vragen aan die daarmee te maken hebben.

Zijn jouw hoofdpersonen louter fictief of kleeft er een werkelijkheid aan?

Ze zijn louter fictief, maar er kleeft natuurlijk een werkelijkheid aan. Daar ontkom je niet aan als schrijver. Alles wat je schrijft, ook de personages, is bewust of onbewust gebaseerd op herinneringen en ervaringen. Maar hoe meer je over je personages schrijft, hoe meer ze tot leven komen en eigen worden, totdat ze min of meer los van jou als schrijver komen te staan en werkelijk iets nieuws worden. Ik denk wel dat Abel in sommige opzichten op mij lijkt. Net als ik twijfelt en piekert hij veel. Hij lijkt zich goed te kunnen verplaatsen in een ander, niet snel te veroordelen. Dat denk ik van mezelf ook, maar is dat werkelijk zo? Juist dat vond ik interessant om te onderzoeken bij Abel – en zodoende ook bij mezelf. Abels moeder zegt dat hij mild is, maar hij komt er al snel achter dat hij een geweldig talent heeft om hartgrondig te haten.

Ondanks dat we te maken hebben met een boek voor de jeugd, blijkt dat ook volwassenen er grote belangstelling voor hebben. Verrast je dat?

 Nee, dat verrast me niet. Dat komt omdat ik mijn verhalen in eerste instantie niet met een leeftijd of doelgroep in mijn achterhoofd schrijf. Ik schrijf ze zoals ik ze zelf zou willen lezen. Ik vereenvoudig niet, ga niet op mijn hurken voor de lezer, ik verwacht interesse en inzet en ik beloof op mijn beurt dat ik de lezer serieus neem. Ik heb denk ik wel een voorkeur voor kinderen of jongvolwassenen als hoofdpersoon, omdat ik hen vaak interessanter vind dan volwassenen. Daarbij hou ik er ook van om te proberen complexe dingen zo kernachtig mogelijk weer te geven, zonder lange terzijdes – wat ervoor kan zorgen dat mijn verhalen toegankelijker zijn voor jongere lezers. Een goed kinderboek moet naar mijn mening ook een volwassen lezer kunnen boeien. Het moet iets in zich hebben dat spreekt tot de lezer, ongeacht zijn of haar leeftijd.

Poëtisch taalgebruik, schrijf ik in mijn recensie. Hoe moeilijk is het zo te schrijven en toch de jeugd als doelgroep te hebben? 

 De vraag suggereert dat poëtisch gelijk is aan iets dat moeilijk of ontoegankelijk is. Ik denk eigenlijk dat het omgekeerde het geval is. Natuurlijk kan een poëtische tekst een zekere abstractie bevatten die een beroep doet op de lezer, maar juist daar maakt de taal connectie met je hoofd en je hart. Er wordt van je gevraagd je intuïtie en je verbeeldingskracht en je vermogen om te associëren aan te spreken, allemaal vermogens waarvoor je niet volwassen hoeft te zijn – misschien in sommige gevallen wel júíst niet. Ik kan iets uitleggen door het uitvoerig te beschrijven, maar ik kan het ook uitleggen met bijvoorbeeld een metafoor. Die metafoor maakt op een andere manier connectie met een lezer. De lezer vult die veel meer zelf in. Op die manier wordt zo’n stukje tekst eigener en persoonlijker voor de lezer. En dus ook toegankelijker.

Jouw inspiratie. Zijn daar schrijvers, boeken of andere zaken bij betrokken?

Inspiratie kan voor mij overal vandaan komen. Soms lees of zie of hoor ik iets wat me iets laat zien of voelen op een manier die ik echt nog niet kende. Pas las ik ‘Verdriet is het ding met veren’ en daar had ik dat gevoel bij, tijdens het lezen leek het alsof ik twee keer zo hard leefde, zoveel energie maakte het los. Dat is inspiratie. Met muziek heb ik dat vrij sterk. Muziek is voor mij essentieel bij het schrijven. Voor elk boek heb ik een specifieke playlist die op repeat staat tijdens het schrijven. Die muziek is de brandstof waarmee ik me als schrijver door het verhaal beweeg.

Hebben lezers al gereageerd en hoe waren die reacties?

Ja, ik heb best veel reacties gekregen van jong en oud, en ik ben heel blij om te horen hoe ze het boek hebben ervaren. Een van de hoogtepunten was een boekenclub van leerkrachten op een Islamitische school. Natuurlijk spraken we daar ook over God en de rol die ik daaraan toeken in Albatros. Ik vond het een verademing hoe fijn dat gesprek was, hoe goed we naar elkaar luisterden ondanks meningsverschillen. En het was bijzonder om te merken hoe sommige leerkrachten verbanden legden met de Islamitische cultuur, waar ik weinig tot niets van weet. Wat illustreert hoe een boek een persoonlijk verhaal wordt, een verhaal dat uniek is voor iedere lezer en waar iedereen iets anders uit kan halen. We waren het niet over alles met elkaar eens, maar dat vormde geen enkel probleem – en zo zou het moeten. Toch weer een positief aspect op de balans van de mens, dacht ik na afloop.

Na het bekijken van jouw andere werk, moet ik constateren dat het wat onderwerp betreft nogal varieert. Doe je dat bewust?

 Niet bewust, maar ik wil dingen niet herkauwen. Ik schrijf over dingen waar ik iets over wil zeggen en ik weet lang niet altijd van tevoren wat dat precies is. Soms duikt die urgentie schijnbaar plotseling op, soms uit onverwachte hoek. Dan is er een verhaal dat verteld moet worden en dat is het enige waar ik me door laat leiden. Of dat dan een onderwerp is dat al dan niet erg verschilt van iets wat ik daarvoor schreef is totaal niet relevant. De thema’s in mijn boeken liggen me allemaal heel erg na, en in ieder boek wil ik daar zo volledig mogelijk in duiken. Zo’n thema kan natuurlijk nog eens terugkomen in een ander boek, maar het zal nooit een herhaling van zetten zijn, omdat ik die behoefte niet meer zal voelen.

Heeft het schrijven van Albatros wat opgeleverd als inspiratie voor een volgend boek?

Niet per se, mijn volgende boek is toch weer heel anders.

Ben je al bezig aan een nieuw boek? Zo ja, kun je daar al wat over zeggen?

 Ik kan er nog niet veel over zeggen, behalve dat ik ter voorbereiding heel veel over planten aan het lezen ben.

Welke boeken heb jij als kind of jongere zelf gelezen?

 Alles van Paul Biegel, met als grote favoriet De Kleine Kapitein, alles van Roald Dahl. Maar het meest van alle boeken was ik gek op Ronja de Roversdochter en De Gebroeders Leeuwenhart van Astrid Lindgren.

Aan het einde van mijn recensie stel ik de volgende vraag “Dan blijft er nog één vraag over. Dit boek kunnen we zeker een dystopie noemen, een genre dat de laatste tijd aan populariteit wint, zowel in de literatuur voor de jeugd als voor volwassenen. Waar komt die populariteit vandaan? Zou die vraag misschien met dit boek door Goldewijk beantwoord worden?”  Zou je die kunnen beantwoorden?

 Misschien dat de dystopie aan populariteit wint omdat de wereld zelf in een voorstadium van een dystopie lijkt te verkeren. Er is veel dreiging, heel veel vanzelfsprekend geworden concepten zoals de rechtstaat en democratie blijken helemaal geen zekerheden te zijn. Ik heb zelf behoefte aan duiding, aan reflectie, aan gedachte-experimenten die hier licht op kunnen schijnen. Dat geldt denk ik voor veel mensen.

Foto auteur: Frank Ruiter

Vragen: Kees de Kievid

Meer interviews

Recensie van Albatros

Andere recensies

Met een inleiding van Bas Heijne Je kan van Bas Heijne denken wat je wil, een fijne neus voor het politieke en sociale klimaat in onze samenleving heeft hij als weinig anderen. En hij weet die ontwikkelingen ook nog eens haarfijn te duiden. Denk...
Lees verder Categorie: Essays
| Reageer!
Oude spoken in een nieuwe tijd De wraak van Odessa is een thriller die nadrukkelijk voortbouwt op een klassiek fundament, maar tegelijk aansluiting zoekt bij de politieke spanningen van vandaag. Samen zorgen zij ervoor dat deze internationale thriller soepel en toegankelijk leest voor een...
Lees verder Categorie: Thrillers & Spanning
| Reageer!
Zijn laatste roman Toen ik enkele weken geleden Vertrek(punt) kocht, de nieuwe roman van Julian Barnes, was het belangrijkste nieuws daarover alweer bijna oud nieuws: het boek zou Barnes’ laatste roman zijn. Na een literaire loopbaan van ruim vier decennia hing hij zijn lier...
Lees verder Categorie: Boek van de week, Literatuur, Roman
| Reageer!