London Station – David McCloskey
Spionnen onder elkaar
Wat zou er kunnen gebeuren wanneer twee bevriende geheime diensten elkaar niet langer vertrouwen? Vervelender nog: wanneer ze besluiten elkaar te gaan bespioneren? Dat uitgangspunt van London Station hanteert, David McCloskey, zijn vijfde spionageroman. Het is een net zo eenvoudig als vruchtbaar, dit idee. De CIA en de Britse MI6 hebben sinds jaar en dag hun beroemde ‘special relationship’, maar in McCloskey’s wereld blijkt zelfs zo’n nauwe band niet bestand tegen politiek opportunisme, wantrouwen en gekrenkte ego’s.
McCloskey weet waarover hij schrijft. Hij werkte zelf als analist voor de CIA, onder meer met betrekking tot het Midden-Oosten. Dat was al goed te lezen in zijn debuut Damascus Station (2021), dat in 2025 in Nederlandse vertaling verscheen als Standplaats Damascus. Ook Moscow X (2023) werd inmiddels vertaald. Met London Station begeeft hij zich opnieuw midden in de wereld die hij van binnenuit kent.
Een olifant in de porseleinkast van Langley
In Washington is een nieuwe regering geïnstalleerd. De nieuwe CIA-directeur Bobby Jerome houdt niet zo van tradities en nog minder van de gedachte dat de Britten een bevoorrechte partner van de Amerikanen zouden moeten blijven. De samenwerking moet zakelijker en vooral voordeliger voor Amerika worden. De Britten denken daar vanzelfsprekend anders over.
En dus begint iets, wat eerst nog een beetje op bestuurlijk gekissebis lijkt, steeds meer op een regelrechte inlichtingenoorlog. De CIA houdt informatie achter, MI6 slaat terug en mensen die vroeger collega’s waren beginnen zich af te vragen wat hun bondgenoten eigenlijk voor hen verborgen houden.
Midden in dat wespennest belandt Artemis Aphrodite Procter (ze is al bekend uit de eerdere romans van McCloskey). Zij wordt chef van het CIA-station in Londen. Procter is geen geboren diplomaat. Ze is grofgebekt, eigenzinnig en geneigd eerst te handelen en daarna pas na te denken of ze daarvoor toestemming had moeten vragen.
Dat levert in de roman flink wat humor op. Procter heeft bijvoorbeeld een denkbeeldige ‘violence jar’, waarin ze iedere keer iets stopt wanneer ze de neiging weet te onderdrukken een irritante collega een pak slaag te geven. McCloskey neemt de wereld van de geheime diensten serieus, maar gelukkig niet voortdurend de mensen die daar rondlopen.
Dodelijke gevolgen
Het conflict wordt echt serieus als informanten van zowel de Amerikanen als de Britten beginnen dood te gaan. Iemand speelt informatie door. Procter moet zien te achterhalen wie er achter zit, terwijl de twee diensten die daarvoor zouden moeten samenwerken elkaar steeds minder vertrouwen.
Daar komt nog Mimir bij, een particuliere inlichtingenorganisatie van een teruggetrokken miljardair. Dat is misschien wel het interessantste element van het boek. Want McCloskey stelt daarmee een actuele vraag: wat gebeurt er wanneer het verzamelen van geheime informatie niet langer het monopolie is van soevereine landen?
De technologie maakt het mogelijk enorme hoeveelheden gegevens te verzamelen te combineren, en te analyseren. Een particuliere onderneming kan daarbij sneller opereren dan een overheidsdienst en heeft minder last van grenzen, bureaucratie en controle van volksvertegenwoordigingen. De klassieke spion en zijn informant in een achterafkamertje krijgt concurentie van bedrijven die informatie zo maar kunnen kopen.
Daarmee gaat London Station over méér dan de ruzie tussen CIA en MI6. Het gaat uiteindelijk over de vraag wie in de eenentwintigste eeuw de macht over informatie bezit.
Vakmanschap en voorkennis
Hier ligt McCloskeys grote kracht. Zijn verleden bij de CIA geeft zijn romans een overtuigingskracht die moeilijk te imiteren valt. Begrippen als surveillance, het rekruteren en begeleiden van bronnen en het organiseren van geheime operaties zijn voor hem geen onbekende zaken. Hij weet hoe zo’n organisatie functioneert en, minstens zo belangrijk, hoe mensen binnen zo’n bureaucratie elkaar kunnen dwarszitten. Soms is een woordenwisseling tussen twee functionarissen bij hem bijna even dreigend als een achtervolging. Achter beleefde formuleringen gaan macht, carrièrebelangen en soms regelrechte vijandschap schuil.
Dat betekent niet dat alles even goed werkt. McCloskey wil in London Station veel tegelijk vertellen. Naast de ruzie tussen CIA en MI6 zijn er verdwenen en vermoorde bronnen, Chinese belangen, interne conflicten, een particuliere inlichtingendienst en verschillende nevenintriges.
Daarmee raakt hij af en toe verstrikt in zijn eigen overvloed. Zo komt het dat de vele woordenwisselingen en zijlijnen het tempo soms afremmen. Wie vooral een rechttoe-rechtaan spionagethriller verwacht, zal zo nu en dan verlangen dat McCloskey een paar van zijn personages uit de vergaderkamer haalt en weer aan het spioneren zet.
Geen nieuwe John le Carré
In de Angelsaksische pers wordt McCloskey inmiddels geregeld met John le Carré vergeleken. Zulke vergelijkingen helpen uitgevers waarschijnlijk beter dan schrijvers. McCloskey hoeft helemaal geen nieuwe Le Carré te zijn.
Zijn personages zijn soms wat nadrukkelijk aangezet en missen de psychologische gelaagdheid die de beste romans van Le Carré kenmerken. Dat geldt zeker voor Artemis Procter. Zij is een heerlijk personage om een thriller mee te bemannen, maar een George Smiley is zij niet — en gelukkig probeert ze dat ook niet te zijn.
Juist de combinatie van vakkennis, zwarte humor en een zekere overdrijving geeft McCloskey een eigen geluid. London Station is geen literaire spionageroman die toevallig spannend is, maar veel meer een intelligente thriller die ondertussen interessante vragen stelt.
Kans voor De Boekerij
Dat brengt mij bij een uitgeverskwestie. Standplaats Damascus verscheen in 2025 bij De Boekerij in Nederlandse vertaling en ook Moscow X kreeg in februari 2026 een Nederlandse editie. Voor London Station is op dit moment echter geen Nederlandse vertaling aangekondigd in de najaarsaanbieding. Misschien komt die nog — het Engelse origineel verschijnt tenslotte pas eind september in de Verenigde Staten en begin oktober in Groot-Brittannië (ik mocht een vooruit-exemplaar ontvangen) — maar voorlopig moet de Nederlandse lezer het met de Engelstalige editie doen.
McCloskey behoort inmiddels wel tot de interessantste schrijvers die proberen de klassieke spionageroman naar onze tijd over te brengen. En juist nu geheime informatie allang niet meer uitsluitend wordt verzameld door mannen in regenjassen die elkaar op een mistige brug een envelop toestoppen, is dat geen geringe verdienste.
Kees de Kievid
Uitgegeven door Swift Press
Boek bestellen!