Muizentanden en steunberen – Gabri van Tussenbroek
Een bouwplaats vol geheimen
Wie aan de middeleeuwen denkt, ziet al snel kastelen, ridders en indrukwekkende kerken voor zich. Maar hoe werden die gebouwen eigenlijk gemaakt? Waar haalden middeleeuwers hun stenen, hout en klei vandaan? Hoe maakten ze bakstenen en glas? Wie ontwierp een gebouw en wie voerde het werk uit? En vooral: hoe slaagden ze erin om zonder de machines en technieken waarover wij vandaag beschikken zulke indrukwekkende bouwwerken neer te zetten?
Kennis, vakmanschap en mankracht
Op die vragen geeft Gabri van Tussenbroek een antwoord in Muizentanden en steunberen. De auteur is specialist in de bouwhistorie bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en hoogleraar Bouwhistorie aan de Universiteit van Amsterdam. Die deskundigheid is in het hele boek merkbaar.
Deze uitgave richt zich in de eerste plaats op kinderen vanaf ongeveer tien jaar. Toch is dat een wat beperkende omschrijving, want ook volwassenen kunnen er met plezier doorheen bladeren en er heel wat uit opsteken. De auteur behandelt zijn onderwerp uitvoerig, maar slaagt erin om ingewikkelde zaken op een begrijpelijke manier uit te leggen. Hij neemt de lezer mee naar de middeleeuwse bouwplaats en staat onderweg uitgebreid stil bij de materialen, de technieken en de mensen die bij het bouwen betrokken waren.
Van Tussenbroek begint bij de grondstoffen en bouwmaterialen. Vervolgens komen verschillende soorten gebouwen aan bod: kerken en kloosters, kastelen en torens, maar ook huizen en andere gebouwen waarin middeleeuwers woonden en werkten. Zo wordt duidelijk dat bouwen in de middeleeuwen veel meer was dan stenen op elkaar stapelen. Er was kennis nodig, vakmanschap, organisatie en vooral heel veel mankracht.
Ook de bouwhistorie en archeologie krijgen een plaats. Dat is een van de interessante kanten van het boek. Hoe weten we vandaag eigenlijk hoe oud een gebouw is? Wat kunnen oude balken ons vertellen? De uitleg over jaarringen laat bijvoorbeeld zien hoe wetenschappers aan de hand van het hout de ouderdom van constructies kunnen bepalen.
Kijken, zoeken en lezen
Heel interessant zijn de QR-codes die door het boek heen zijn opgenomen. Via die codes kan de lezer middeleeuwse afbeeldingen bekijken die aansluiten bij het behandelde onderwerp. En dan zijn er de muizentanden en steunberen zelf. Het boek bevat namelijk een kleine zoektocht: zeventien woorden waarin een dier verborgen zit, moeten door de jonge lezer worden opgespoord. Het nodigt kinderen uit om te lezen en op zoek te gaan. Dat lezen is trouwens een belangrijk aspect van het boek. In veel informatieve kinderboeken krijgen de illustraties de hoofdrol en wordt de tekst beperkt tot korte stukjes uitleg. Bij Muizentanden en steunberen ligt dat anders. Er staat opvallend veel tekst in het boek en kinderen worden dus echt uitgedaagd om te lezen. Voor minder sterke of minder gemotiveerde lezers kan die tekstmassa soms een drempel vormen. Voor kinderen die graag lezen, is de ruime hoeveelheid tekst juist een meerwaarde.
Sterke tandem
De illustraties van Joris Snaet spelen een belangrijke rol. Snaet is niet alleen illustrator en cartoonist, maar ook doctor in de Kunstwetenschappen en bouwhistoricus. Zijn tekeningen zijn bijzonder aantrekkelijk en zitten vol kleine details. Ze verduidelijken wat in de tekst wordt uitgelegd, maar voegen er tegelijk iets aan toe. Hier en daar zit een humoristisch detail verstopt, waardoor de tekeningen nooit schools of droog worden. Snaet creëert een eigen middeleeuws universum waarin ambachtslieden, bouwvakkers en andere figuren hun eigen leven leiden.
Het is dan ook opvallend hoe goed tekst en illustraties bij elkaar passen. Je voelt dat Van Tussenbroek en Snaet een sterke tandem vormen. De ene vertelt en verklaart, de andere maakt alles zichtbaar. Ook de vormgeving van het boek verdient een compliment. Het is een zeer verzorgde, stevige uitgave, met veel kleur en een prettige bladspiegel.
Conclusie
Muizentanden en steunberen is daarmee veel meer dan een boek over middeleeuwse bouwtechnieken. Het laat kinderen op een concrete manier kennismaken met een wereld die soms ver van hen afstaat. Wie vandaag een middeleeuwse kerk of een oud huis bekijkt, ziet na het lezen van dit boek wellicht niet langer alleen een mooi gebouw, maar vraagt zich ook af hoe de stenen werden gemaakt, waar het hout vandaan kwam, hoe men alles omhoog kreeg en hoeveel mensen eraan hebben meegewerkt.
Dat is misschien wel de grootste verdienste van het boek: het leert kinderen echt anders naar oude gebouwen kijken. Waar veel kinderboeken over de middeleeuwen focussen op ridders, oorlogen en kastelen, richt Van Tussenbroek zich op de mensen die die wereld letterlijk hebben opgebouwd.
Kris Muylle
Uitgegeven door Sterck & De Vreese
Illustraties: Joris Snaet
Boek bestellen!