De onsterfelijke kanunnik
In zijn nieuwe boek schetst historicus Hendrik Callewier (1981) een breed en helder beeld van kanunnik Joris van der Paele (1365–1443), de man die door Jan van Eyck in 1436 onverbloemd werd vereeuwigd op het beroemde schilderij Madonna met kanunnik Joris van der Paele. Dit meesterwerk is te bezichtigen in het Groeningemuseum in Brugge. De auteur reconstrueert zijn levensloop met oog voor de kunsthistorische, sociale en kerkpolitieke context.
Het boek opent met een nauwgezette bespreking van het schilderij. Callewier toont hoe Jan van Eyck zijn opdrachtgever zonder enige idealisering afbeeldt: een oudere, pafferige man met duidelijke medische aandoeningen. De fijnheid van de schildering is zodanig dat artsen er volgens de auteur ziekten en fysieke kwalen uit kunnen afleiden. De omvangrijke en zorgvuldige iconografie wordt helder uitgelegd. De aandacht gaat hierbij onder meer uit naar de groene halsbandparkiet.
De piratenpaus
Daarna richt Callewier de blik op het Brugge van de vijftiende eeuw. Hij bespreekt de rol van de kanunniken en werking van het kapittel van de Sint-Donaaskerk, waarin Van der Paele een centrale functie bekleedde. Het boek toont hoe…
Een samenleving bekeken van onderaf
Met Dievenland heeft Janna Coomans een zeldzaam boek geschreven: academisch stevig verankerd, maar tegelijk verhalend, empathisch en opvallend goed leesbaar. Door zich te richten op dieven, landlopers en kleine criminelen uit de late middeleeuwen (1450–1550) keert zij het traditionele perspectief van de geschiedschrijving radicaal om. Geen koningen, veldslagen of kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders zijn hier dominant aanwezig, maar mensen aan de randen van de samenleving: zwervers, veelplegers, gelegenheidsdieven, vrouwen die melk stelen of een jas meenemen die niet van hen is. Het resultaat is een boek dat niet alleen onze kijk op de middeleeuwen nuanceert, maar ook ongemakkelijke vragen stelt over onze eigen tijd.
Bronnen
Het hart van Dievenland wordt gevormd door een uitzonderlijk bronnenbestand: uitgebreide dievenbekentenissen uit onder meer Kampen, Deventer en ’s-Hertogenbosch. Waar veel archiefmateriaal weinig zegt over ‘gewone’ mensen, spreken deze registers daar juist uitvoerig over. Verdachten noemden wat ze hadden gestolen, van wie, waar en soms zelfs aan wie ze het daarna weer verkochten. Die opsommingen – zes koeken hier, een huik daar, zeventien schelvissen of een zilveren lepel – vormen de…