Verscheurd Parijs – Sebastian Smee

Licht over een verscheurde stad

Verscheurd Parijs van de Amerikaanse kunstcriticus Sebastian Smee is een verweving van kunstgeschiedenis, biografie en militaire en sociale geschiedenis. Het is een portret van een tijdperk waarin het impressionisme zich uitkristalliseerde in Parijs te midden van militaire nederlaag, politieke opstand en sociaal herstel. In zijn verhaal zijn de kunstenaars Édouard Manet (1832 – 1883) en Berthe Morisot (1841 – 1895) de spilfiguren. Smee’s aanpak combineert levendig vertellen met grondige research, waarbij zowel persoonlijke drijfveren als maatschappelijke omstandigheden in beeld komen.

Artistieke wisselwerking

De Frans-Duitse oorlog van 1870–1871 en het daaropvolgende beleg van Parijs waren bepalend voor de levens en carrières van Manet en Morisot. Manet, afkomstig uit een welgesteld milieu, had zich vóór de oorlog al gepositioneerd als een vernieuwende maar ook provocerende schilder, iemand die het Salon tartte met werken als Le déjeuner sur l’herbe en Olympia.

Berthe Morisot had vóór het beleg ook al naam gemaakt in vooruitstrevende kunstkringen. Haar ontmoeting met Manet in 1868 in de galerijen van het Louvre betekende een intensieve artistieke wisselwerking: zij beïnvloedde zijn kleurgebruik en lichtbehandeling. Hij versterkte haar zelfvertrouwen en zichtbaarheid. Na 1871 koos ze in tegenstelling tot Manet resoluut voor aansluiting bij de groep die in 1874 de eerste impressionistententoonstelling zou organiseren. Haar werk leek in onderwerp vaak huiselijk of intiem — interieurs, tuinen, momenten van dagelijkse rust — maar haar penseelvoering en benadering van licht waren radicaal modern. In Smee’s lezing is dit geen toevallige tegenstelling, maar een bewuste strategie: door het private te schilderen met moderne middelen doorbrak Morisot de grens tussen vrouwelijke ‘binnenwereld’ en artistieke avant-garde. Morisot is een vergeten naam maar Smee wijst erop dat ze eind negentiende eeuw de grote schilder-dichter was van de ‘waarde van de vergankelijkheid’. Een criticus schreef in 1877: ‘Er is maar één echte impressionist in deze groep en dat is mademoiselle Berthe Morisot. Haar schilderen heeft alle eerlijkheid van improvisatie: het geeft echt het idee van een “impressie”, geregistreerd door een oprecht oog en vervolgens uitgebeeld door een hand die helemaal afziet van trucjes.’

Wederzijdse invloed

Hoewel hun werken sterk verschilden in onderwerp en toon, deelden Manet en Morisot een modernistisch streven: de wereld weergeven zoals zij zich in het moment aandient, zonder romantisering of historiserende filter. In hun wederzijdse portretten en gedeelde thematische experimenten is de invloed op elkaar duidelijk zichtbaar. Toch bleef hun relatie die van twee onafhankelijke kunstenaars ook al waren ze verliefd op elkaar, elk geworteld in een eigen sociaal netwerk en met een eigen visie op hoe en waar kunst getoond moest worden.

De kracht van Smee’s benadering ligt in de verweving van persoonlijke biografie met de bredere politieke en stedelijke context. Zijn narratief maakt de wisselwerking tussen kunst en maatschappij concreet, zonder te vervallen in louter anekdotiek. Op een laagdrempelige en levendige manier weet hij de verschillende fasen in de Frans-Duitse Oorlog van 1870 en het beleg van en de opstand in Parijs (Commune) te beschrijven alsook de harde levensomstandigheden in de stad. Het is fascinerend te lezen hoe de Parijzenaars de Duitse omsingeling wisten te omzeilen om mensen over het front te brengen of brieven te versturen. Naast Manet en Morisot komen nog andere impressionisten aan bod en het zijn niet altijd de bekende namen. Neem nu bijvoorbeeld Frédéric Bazille (1841 – 1870). Een toptalent dat helaas veel te vroeg stierf in de Frans-Duitse Oorlog. Of zoek het schilderij Salomé van Henri Regnault (1843 – 1871) op. Vrij onbekend maar eens je het werk hebt bekeken blijft het je bij. Een jaar na het Salon van 1870 stierf de kunstenaar door een Pruisische kogel.

Kritische noot

Toch is er ook een kritische noot. Smee neigt er soms toe directe causale verbanden te leggen tussen historische gebeurtenissen en artistieke keuzes. Niet elke thematische verschuiving bij Manet of Morisot is echter noodzakelijk terug te voeren op het beleg of de Commune. Sommige ontwikkelingen hebben eerder te maken met persoonlijke voorkeuren of bredere artistieke trends.

Dat neemt niet weg dat Verscheurd Parijs overtuigt als synthese van historische en persoonlijke lagen. Het boek laat zien dat het impressionisme niet alleen een kwestie van schildertechniek was, maar ook een antwoord op een wereld in beroering. De nadruk op twee verschillende maar sterk verbonden kunstenaars maakt de analyse toegankelijk én gelaagd.

Kris Muylle

Meer over impressionisme

Meer boeken over Parijs

Boek bestellen!

Andere recensies

Een samenleving bekeken van onderaf Met Dievenland heeft Janna Coomans een zeldzaam boek geschreven: academisch stevig verankerd, maar tegelijk verhalend, empathisch en opvallend goed leesbaar. Door zich te richten op dieven, landlopers en kleine criminelen uit de late middeleeuwen (1450–1550) keert zij het traditionele...
Lees verder Categorie: Geschiedenis, Non-fictie
| Reageer!
Kleuters warm maken voor gezond eten Beer en konijn Koosje zitten net lekker bramen en appels te eten, als ze worden opgeschrikt door een enorme dreun. Met een stoet aan andere dieren achter zich aan, gaan Beer en Koosje op onderzoek uit en wat...
Lees verder Categorie: Prentenboek
| Reageer!
La Contemporaine Dit boek gaat over Elselina Versfelt (1776 – 1845), een Nederlandse domineesdochter die op haar twintigste jaar overspel pleegde, haar man verliet en naar Frankrijk vertrok. Daar noemde ze zich Ida Saint-Elme of La Contemporaine (De tijdgenote). In die tijd werd ze...
Lees verder Categorie: Biografie & Autobiografie, Boek van de week, Geschiedenis, Non-fictie
| Reageer!