Morris, de jongen die de hond vond – Bart Moeyaert – Illustraties: Sebastiaan Van Doninck

Een klein, groots boek

Eerst iets over de tekeningen van Sebastiaan van Doninck: wat een warmte stralen die uit, en dat in een verhaal dat zich afspeelt in de sneeuw en ijzige kou. Het verhaal gaat over een jongetje dat kampt met een immens verdriet. De oorzaak van dat verdriet wordt niet expliciet benoemd, maar Bart Moeyaert slaagt er in om die tussen de regels door op poëtische wijze te ontsluieren. De tekeningen van Van Doninck sluiten prachtig bij die poëtische toon aan.

Het boek begint met een soort inleiding, waarin een fictieve lezer wordt aangesproken. Er vallen woorden als wanten, appeltaart, warme chocolademelk: woorden die troost en warmte uitstralen. Daarna begint het verhaal van Morris, die opgroeit bij zijn oma en haar hond Houdini.

De hond heeft die naam niet voor niets: “Een hok was om te lachen. Geen ketting hielp. Hoeveel sloten er ook op zaten. Ze sprong over hekken. Ze wrong zich ergens tussen. Of in. En onder.” Dat gebeurt ook op een grijze winterdag. Morris raakt de hond kwijt, gaat hem zoeken, maar dan valt de sneeuw uit de lucht alsof er in de wolken een luik is. Daar staat Morris, tot aan zijn enkels in de sneeuw. Gelukkig kent hij de weg. Voor diverse plekken op de route heeft hij herkenningspunten in de vorm van bijvoorbeeld een boom of een overhangende rotspunt die hij namen heeft gegeven. Door die herkenningspunten verdwaalt hij niet.

Dan ontmoet hij een jongen, en een jongen hem. Er is aftasten, aftroeven en een zekere vijandigheid, maar tijdens een sneeuwstorm waarin de jongens een schuilplek vinden waar ze “kleiner worden dan hun jas”, is er ook herkenning en stil huilen. “Als iemand zo stil mogelijk probeert te huilen, moet je niet vragen of hij huilt. En ook niet waarom”. Deze observatie tekent Morris, die vaak dingen opmerkt die voor anderen kennelijk onzichtbaar zijn. Met meneer Pek, bijvoorbeeld, een man die vaak bij oma op bezoek komt: “Wat een aardige man, dachten ze dan. Maar Morris merkte iets anders op. Dat meneer Pek hem nooit aankeek, bijvoorbeeld.”

Het is ondoenlijk om op deze plek alle schoonheid, prachtige zinnen en observaties van dit kleine, grootse boek uit de doeken te doen. Wie wil weten hoe het verhaal zich van begin tot eind ontspint, en hoe wondermooi de tekeningen van Van Doninck zich daar in figuurlijke zin omheen vouwen: lees deze parel zelf. Niet alleen voor kinderen, maar ook voor volwassenen, om vaker dan één keer van te genieten.

Tiny Fisscher

Meer boeken over honden

Boek bestellen!

Andere recensies

Een samenleving bekeken van onderaf Met Dievenland heeft Janna Coomans een zeldzaam boek geschreven: academisch stevig verankerd, maar tegelijk verhalend, empathisch en opvallend goed leesbaar. Door zich te richten op dieven, landlopers en kleine criminelen uit de late middeleeuwen (1450–1550) keert zij het traditionele...
Lees verder Categorie: Geschiedenis, Non-fictie
| Reageer!
Kleuters warm maken voor gezond eten Beer en konijn Koosje zitten net lekker bramen en appels te eten, als ze worden opgeschrikt door een enorme dreun. Met een stoet aan andere dieren achter zich aan, gaan Beer en Koosje op onderzoek uit en wat...
Lees verder Categorie: Prentenboek
| Reageer!
La Contemporaine Dit boek gaat over Elselina Versfelt (1776 – 1845), een Nederlandse domineesdochter die op haar twintigste jaar overspel pleegde, haar man verliet en naar Frankrijk vertrok. Daar noemde ze zich Ida Saint-Elme of La Contemporaine (De tijdgenote). In die tijd werd ze...
Lees verder Categorie: Biografie & Autobiografie, Boek van de week, Geschiedenis, Non-fictie
| Reageer!