Robinson Crusoë van Daniel Defoe

Alleen op een eiland

robinson crusoeMijn naam is Peter van der Ploeg en ik schrijf boekbesprekingen voor de website Boekenbijlage.nl. Ik ben van 1959 en las in mijn jeugd de toen gebruikelijke kinderboeken: Pietje Bell, Arendsoog en De kameleon. Maar mooier dan deze reeksen vond ik de kinderboeken die mijn vader had bewaard en die een hele plank van zijn boekenkast vulden. Boeken uit de jaren dertig en veertig, zoals Winnetou, Tarzan van de apen, Bulletje en Bonestaak en De zeerover van Oostzaan. Misschien niet echt kinderboeken, maar ik vond ze geweldig spannend. Mijn favoriet was Robinson Crusoë. Het verhaal van de zeeman wiens schip voor de kust van Zuid-Amerika vergaat en die vervolgens op een eiland aanspoelt. Onbewoond, maar wel zo gevarieerd van landschap en begroeiing dat hij er in zijn levensonderhoud kan voorzien. Uit de wrakstukken van het schip bouwt hij een hut, hij plant graan aan, fokt geiten en begint een kalender bij te houden zodat hij enigszins grip houdt op het verloop van de tijd. Hij zal er achtentwintig jaar blijven.

Na lange tijd ziet hij op het strand een afdruk van menselijke voeten in het zand. Het blijken kannibalen te zijn die af en toe zijn eiland bezoeken om hun slachtoffers te ‘bereiden’ en op te eten. Tijdens een van die volgende bezoeken bevrijdt hij een van de slachtoffers, een donkere jongen, en noemt hem Vrijdag, naar de dag van de week waarop dit gebeurt.

Ik heb dit boek zo tussen mijn tiende en vijftiende talloze malen gelezen. Of liever, het opengeslagen en weggedroomd. Dat lag niet uitsluitend aan het exotische van het verhaal. Mijn editie was ook heel mooi geschreven en aantrekkelijk uitgevoerd. Het boek is een navertelling door Nienke van Hichtum, de kinderboekenschrijfster die vooral bekend is van Afke’s Tiental. Zij was van 1888 tot 1907 getrouwd met de politicus Pieter Jelles Troelstra. Na haar scheiding moest ze in haar eigen onderhoud voorzien. Dat deed ze door volksverhalen uit de hele wereld te verzamelen en die na te vertellen, te herschrijven. Mijn Robinson Crusoë, door Daniel Defoe voor het eerst gepubliceerd in 1719, is ook een van die projecten. De prachtige tekeningen erin zijn van Pol Dom, een Belgische kunstenaar die kort voor de Eerste Wereldoorlog naar Nederland verhuisde en veel illustratiewerk heeft gedaan.

Mijn vader schreef voorin het boek: ‘Ter herinnering aan mijn 12e verjaardag, 17 januari 1945, van tante Gar. Wie tante Gar is weet ik niet. Maar ik kan me wel voorstellen dat voor mijn vader, in de maanden daarna, de gebeurtenissen in het boek qua spanning en dramatiek hebben moeten wedijveren met de gebeurtenissen in de echte wereld.

Peter van der Ploeg

Deze hommage is speciaal geschreven voor de Kinderboekenweek 2013

Andere recensies

Een zoon van Amerika – James Baldwin – Vertaling: Eefje Bosch en Manik Sarkar – De Geus – 218 blz. “Niet alles wat we onder ogen zien kunnen we veranderen. Maar we kunnen niets veranderen zonder het eerst onder ogen te zien” – J....
Lees verder Categorie: Essays, Mens & Maatschappij
| Reageer!
  De poppen van Spelhorst – Kate DiCamillo – Illustraties: Julie Morstedt – Vertaling: Harry Pallemans – Lannoo – 160 blz. Vijf handpoppen, een koning met een kroon op zijn hoofd, een wolf met wis en waarachtig scherpe tanden, een meisje met violetkleurige ogen,...
Lees verder Categorie: Kinderboeken
| Reageer!
Paniek om niets – Simon Rozendaal – Atlas Contact – 288 blz. In Paniek om niets onderzoekt chemicus en wetenschapsjournalist Simon Rozendaal hoe de vooruitgang in meetapparatuur heeft geleid tot een toename van angst voor verwaarloosbare hoeveelheden schadelijke stoffen in onze omgeving. Hij stelt...
Lees verder Categorie: Mens & Maatschappij, Non-fictie, Wetenschap
| Reageer!