Albatros – Yorick Goldewijk
Metamorfoses
Met Albatros waagt Yorick Goldewijk zich aan een groots gedachte-experiment dat tegelijk eenvoudig en ontregelend is. In een wereld die jarenlang is verscheurd door oorlog ontwaakt de dertienjarige Abel op een ochtend in een oorverdovende stilte. ”Hij was eraan gewend dat dagen zomaar anders konden beginnen, anders verlopen, anders eindigen. Zou dit weer zo’n dag worden?” Geen verkeer, geen explosies, geen stemmen. Alleen dieren. Mensen zijn er niet meer – althans, niet in hun vertrouwde gedaante. Zij zijn veranderd. In herten, honden, katten, lynxen. Alleen Abel is nog mens. Of lijkt dat maar zo.
Aanvaarden absurditeit
Het uitgangspunt van Albatros is echt absurd, maar Goldewijk maakt al vroeg duidelijk dat verklaren niet zijn doel is. Het boek vraagt geen wetenschappelijke of religieuze verantwoording voor wat er is gebeurd. De lezer wordt uitgenodigd één onmogelijkheid te accepteren, waarna het verhaal zich met een bijna grote vanzelfsprekendheid ontvouwt. Juist doordat de oorzaak van de metamorfose buiten beeld blijft, verschuift de aandacht naar de gevolgen: wat betekent mens-zijn wanneer de mens vrijwel verdwenen is?
Thematiek
In de eerste hoofdstukken komen twee thema’s aan de orde: verwondering en rouw. Abels ouders zijn nog dichtbij, maar onherroepelijk aan het verdwijnen. Hun taal verdwijnt sneller dan hun herinneringen, hun gedrag wordt met de dag dierlijker. Het is een indringend afscheid, waarin Goldewijk laat zien dat identiteit niet alleen bij denken aanwezig is, maar ook in het lichaam, de stem en de gewoonte. “Ben je er nog, pap? … Hoe goed Abel ook keek, hij vond er niets van zijn vader in terug”. De wereld raakt ontmenst, maar niet onbewoond.
Wanneer Abel op reis gaat, krijgt Albatros de vorm van een zoektocht. Het verhaal verplaatst zich van het vertrouwde huis naar een landschap vol verlaten steden, lege snelwegen en verstilde dorpen. De infrastructuur van de beschaving is er nog, maar heeft geen betekenis meer. Winkels zijn voorraadkasten zonder klanten, huizen zijn schuilplaatsen zonder bewoners. In deze wereld is niet het gevaar overheersend, maar de afwezigheid ervan: de dreiging van betekenisloosheid en zinloosheid.
Wat thema’s betreft stelt Albatros duidelijke vragen over menselijkheid. Goldewijk kijkt niet voorbij aan grote problemen. Oorlog, vernietiging en hebzucht worden niet gebagatelliseerd of verontschuldigd. Tegelijkertijd schrijft hij de mens niet af. Tegenover geweld plaatst hij verbeelding; tegenover haat stelt hij nabijheid. De kracht van de mens schuilt hier niet in macht of vooruitgang, maar in het vermogen betekenis aan het bestaan te geven, zelfs wanneer de wereld daar geen aanleiding geeft.
Wantrouwen en schuld
Die leegte wordt doorbroken wanneer Abel Kat ontmoet, het enige andere mens dat hij kan vinden. Zij is ouder, scherper, cynischer. Abel houdt vast aan hoop; Kat wantrouwt alles wat menselijk is. Hun ontmoeting is geen romantisch toeval, maar een botsing van werelden: zuid en noord, slachtoffer en vermeende dader, geloof in herstel tegenover radicale afwijzing. De oorlog die hun landen heeft verdeeld, reist onzichtbaar met hen mee.
Goldewijk gebruikt deze tegenstelling niet om eenvoudige verzoening te prediken. Integendeel: Kat en Abel zijn ongemakkelijk samen. Hun onderlinge wantrouwen is groot, hun gesprekken lopen niet soepel. Maar juist in die tegenstelling krijgt het boek zijn morele diepte. Albatros stelt indringende vragen over collectieve schuld en individuele verantwoordelijkheid. Ben je medeplichtig aan geweld dat in jouw naam wordt gepleegd? Kun je onschuldig zijn in een wereld die structureel onrechtvaardig is? En wat betekent vergeving als er niemand meer is om vergeven te worden?
Wat Albatros onderscheidt van veel dystopische jeugdboeken, is de afwezigheid van sensatie. Er zijn dreigende momenten – ontmoetingen met wilde dieren, confrontaties met dood en verderf – maar het echte conflict speelt zich af in het innerlijk van de personages. Goldewijk heeft geen behoefte aan overspoelde emoties. Abel is geen held in klassieke zin, maar een heel gewone jongen die zoekt, rouwt, twijfelt en soms verlangt naar iets waarvan hij zelf nauwelijks meer een idee heeft wat het was: normaliteit.
Stijl
Stilistisch is Albatros Goldewijks meest beheerste boek tot nu toe. De zinnen zijn helder, soms bijna sober, maar dragen een grote emotionele lading. “Want één vraag was: waarom is iedereen een dier geworden? Maar een andere vraag was: waarom hij niet?” Beschrijvingen van stilte, leegte en beweging hebben een bijna muzikale cadans. De taal dwingt de lezer tot vertraging, tot kijken en voelen. Dat maakt het boek toegankelijk voor jonge lezers, maar rijk genoeg om ook volwassenen plezierig bezig te houden.
Conclusie
Het open einde van Albatros is een van zijn sterkste elementen. Goldewijk biedt geen sluitende antwoorden en geen eenduidige verlossing. Wat hij wel biedt, is ruimte voor interpretatie, twijfel en hoop. De lezer blijft achter met vragen die niet opgelost hoeven te worden om waardevol te zijn. Dat maakt het boek niet alleen spannend, maar ook duurzaam; het blijft in je hoofd rondtollen nadat de laatste bladzijde is omgeslagen. Met Albatros bevestigt Yorick Goldewijk zijn positie als een van de meest eigenzinnige stemmen in de Nederlandse jeugdliteratuur. Het boek is ambitieus zonder een claim te leggen op bijzondere (voor)kennis. Het is filosofisch, zonder de zo vaak voorkomende moeilijke leesbaarheid. En ook nog eens ontroerend zonder sentimenteel te worden. In een tijd waarin het einde van de wereld vaak wordt voorgesteld als spektakel, laat Goldewijk zien dat het werkelijke drama schuilt in wat we dreigen te verliezen. En wat we, ondanks alles, proberen te bewaren.
Dan blijft er nog één vraag over. Dit boek kunnen we zeker een dystopie noemen, een genre dat de laatste tijd aan populariteit wint, zowel in de literatuur voor de jeugd als voor volwassenen. Waar komt die populariteit vandaan? Zou die vraag misschien met dit boek door Goldewijk beantwoord worden?
Kees de Kievid
Boek bestellen!