Door de sneeuw – Tommie Goerz
Dorpsidylle met inktzwarte rand
In een afgelegen Duits Alpendorp woont de oude, ongetrouwde Max. Hij is er geboren en getogen en heeft er altijd gewoond. De roman begint met de overpeinzingen van de oude boerenzoon, terwijl hij voor het raam staat en naar de vallende sneeuw kijkt. Zijn mijmeringen gaan over het vroegere dorpsleven, de veranderingen en vooral over zijn jarenlange, innige vriendschap met Schorsch, een vriendschap die al duurt vanaf hun jeugd. Op die vredige winterdag hoort hij op een bepaald ogenblik de doodsklok luiden en verneemt hij dat zijn boezemvriend Schorsch degene is, die is overleden. Max gaat naar Maicherd, de vrouw van Schorsch, om zijn deelneming te betuigen en om te horen of er ook een dodenwake komt. Dat is het gebruik onder de autochtone dorpelingen: de mannen waken bij de dode tot middernacht, de vrouwen nemen het dan over tot de morgenstond.
Wake
De dodenwake voor Schorsch wordt inderdaad, volgens oud gebruik en Katholiek ritueel gehouden. Max blijft de hele nacht bij zijn overleden vriend, eerst met mannen uit het dorp daarna met de vrouwen. Dat laatste is niet gebruikelijk, maar het wordt Max toegestaan en niemand zegt er iets van. Tijdens de wake worden oude verhalen verteld over bijzondere gebeurtenissen, markante dorpsbewoners en komen ook zaken aan de orde waar iedereen eigenlijk liever over zwijgt onder het motto: daar spreken we niet over, dan lijkt het niet gebeurt. Men houdt de vuile was binnen, dat hoort tot de ongeschreven dorpscode.
Thematiek, taal en stijl
Deze kleine roman heeft eigenlijk een heel eenvoudige opzet. Hij bestaat voornamelijk uit de innerlijke monoloog van Max. Hij overdenkt zijn leven in het dorp waar hij opgroeide, bleef wonen en waar zijn vriendschap voor het leven met George Wenzel, door iedereen Schorsch genoemd, zijn bestaan kleur gaf. De schrijver brengt deze, bijna vervlogen wereld, op een prachtige ingetogen wijze tot leven. Het leven voltrekt zich in vaste banen, volgens oeroude tradities en gewoonten, duidelijk afgebakend en helder voor insiders, conservatief, naar binnen gericht en afstandelijk tegenover de buitenwereld:
“Dus je komt uit Neurenberg?
Ja.
En wat heb je hier gedaan?
Wandelen.
Met dit weer? Hij begreep al niet waarom mensen wandelden. En dan ook nog ’s winters, met zo’n pak sneeuw? Die…. hoe heette hij ook alweer? O ja, Janis.
Die was niet goed bij zijn hoofd.”
Door de sneeuw is terecht een bestseller. Dat ligt aan de stijl zonder opsmuk, de geloofwaardige monologen en dialogen en vooral vanwege het feit dat dit verhaal geen valse romantiek voorschotelt. De duistere aspecten van het leven komen volop aan de orde:
“En toen hadden ze het kind gezien, met hun eigen ogen, het kind dat ze niet hadden mogen zien en waar ze niet van mochten weten en waar ze met geen woord over mochten praten. Een kind waarover een loden zwijgen lag, omdat het van de duivel was. Omdat het rood haar had. Vuurrood haar. Zo waren de tijden geweest. Rood haar was een teken van de duivel. Het was een kind dat geen naam had, het mocht nooit naar buiten, niemand mocht het zien, het zat dag in, dag uit opgesloten. Het was niet gedoopt, ging niet naar school, mocht geen andere kinderen zien en niet met andere kinderen spelen. Het leerde nooit praten, kreeg lompen te dragen en restjes te eten”.
Tommie Goerz heeft met dit boek een klein meesterwerk afgeleverd. Koop het en lees het!
Dick Huitema
Boek bestellen!