De prullenmand heeft veel plezier aan mij – Thomas Heerma van Voss

Literaire zelfportretten

Depots van musea blijken vaak onuitputtelijke bronnen te zijn voor het doen van ontdekkingen. Dat ervoer Thomas Heerma van Voss weer eens toen hij in de krochten van het Literatuurmuseum in Den Haag een getekend zelfportret tegenkwam van Rudolf Geel, in de jaren zestig en zeventig een bekende schrijver. Het bleek een van de 79 getekende zelfportretten te zijn die het literaire tijdschrift De Revisor in 1977 aan evenzovele schrijvers had gevraagd. De aanleiding voor die actie is niet meer te achterhalen, maar de serie bracht Heerma van Voss wel op een idee: hoe leuk zou het niet zijn om de nog levende van die 79 schrijvers te benaderen en hen te vragen hoe ze toen naar zichzelf keken, en hoe ze dat nu doen. Het werden uiteindelijk achttien gesprekken, gesprekken die over veel meer gingen dan Heerma’s twee vragen over de zelfportretten. Gesprekken waarvan de weerslag een uiterst interessant en soms ontroerend stukje Nederlandse literatuurgeschiedenis is geworden.

Een race tegen de klok

Wat Heerma van Voss zich pas gaandeweg realiseerde, was dat het project in zekere zin een race tegen de klok zou worden: de dood won voortdurend terrein. Zo was hij net te laat om een afspraak te maken met Remco Campert en Marga Minco, en ontving Jan Cremer wel zijn verzoek maar was niet meer in staat om er iets mee te doen. En het kan nog strakker: Willem van Toorn zette de afspraak weliswaar in zijn agenda, maar kreeg even later een fatale longontsteking. Achttien gesprekken werden het dus, met bekende en minder bekende auteurs. Bij ieder thuis.
Schrijven ze alle achttien nog? Nee. Maar opmerkelijk is dat de meesten nog wel dagelijks of anders vrij regelmatig plaats nemen achter een vel papier of de laptop om te zien of er nog iets wil komen. Bij sommigen is dat het geval. Jan Siebelink (1938) bijvoorbeeld schreef recent nog Rouwjournaal over zijn in juni 2024 overleden echtgenote Gerda. En Willem Jan Otten (1951) heeft een tweewekelijkse column over bidden, poëzie en dromen in het Katholiek Nieuwsblad. Ook verscheen in 2024 een gedichtenbundel van zijn hand. Hij heeft zich, zonder te weten waarom, altijd verheugd op de ouderdom. Otten: ‘Ik heb een groot zwak voor ouderdomspoëzie.’
Ook Judith Herzberg (1934) schrijft nog steeds gedichten. Dat gaat als vanzelf, moeite hoeft ze er nauwelijks voor te doen. Alles kan haar inspireren, vaak iets dat ze ziet in het voorbijgaan. Schaven aan de tekst duurt het langst: ‘Mijn gedichten zijn altijd eerst veel langer, en dan ga ik de boel snoeien. De prullenmand heeft veel plezier aan mij.’ Herzberg doet ontwapenende uitspraken: ‘Ik schrijf soms iets wat ik meteen weer kwijtraak tussen alle kranten en boeken. Dus stuur ik mijn gedichten zo snel mogelijk naar mijn uitgeverij. En na een tijdje zegt dan iemand bij De Harmonie dat ik genoeg heb voor een nieuwe bundel.’

De vergeten schrijvers

Maar literaire roem is vergankelijk. Niet iedere schrijver, of hij nu doorschrijft of is gestopt, zal blijvend worden gelezen. Dat is uitsluitend weggelegd voor het topje van de ijsberg. Het gros van de auteurs, zelfs die tijdens hun leven goed verkopen en misschien zelfs hier en daar een prijs winnen, zakt na hun overlijden – of misschien zelfs al eerder – weg in de vergetelheid. Hun verhalen maken óók deel uit van dit heerlijke boek. En het zijn vaak de mooiste, zeker wanneer ze een beetje schuren. Heerma van Voss heeft ieder interview een citaat meegegeven dat de kern van het gesprek weergeeft. Daartussen zitten, juist in deze ´vergeten´ groep, juweeltjes: ‘Eigenlijk hebben we het nu over de geschiedenis van mijn verdwijning’ (Rudolf Geel); ‘We begrijpen dat u iets bedoelt, alleen we begrijpen niet wat’ (Ad Zuiderent); en als laatste ‘Als je zo oud wordt als ik, dan besta je eigenlijk al niet meer’ (H.C. ten Berghe).

Nooteboom

Voor Cees Nooteboom (1933) geldt dit natuurlijk niet. Hij staat te boek als een van de meest succesvolle Nederlandse schrijvers van de afgelopen halve eeuw. Voor het gesprek met hem moet Heerma van Voss helemaal naar Menorca. Op dat eiland, waar Nooteboom en zijn echtgenote, de fotograaf Simone Sassen, al sinds 1971 een mooi huis in de natuur hebben, waren ze voor een korte vakantie toen Nooteboom medische klachten kreeg. Van dien aard dat een reis naar Amsterdam werd afgeraden. Eenmaal ter plekke moet Sassen de afspraak nog enkele keren verzetten voordat Nooteboom Heerma van Voss kan ontvangen. Maar het wordt een fijn gesprek, al heeft Nootenboom soms last van zijn luchtwegen en werkt zijn geheugen bij vlagen wat trager. Lopen gaat ook niet meer, hij zit in een rolstoel. Op Menorca ontstond een groot deel van zijn oeuvre, in een lichte studio in de tuin. Het is hier voor het eerst in de reeks interviews dat het belang van de plek waar je schrijft echt aan de orde komt.
Terwijl de middag en het begin van de avond rustig verglijden en het gesprek haast ongemerkt de diepte ingaat, zorgt Sassen af en toe voor hapjes en drankjes en fungeert ze, indien nodig, als het geheugen van haar man. Schrijven doet hij niet meer, en bij het bekijken van zijn met boeken gevulde studio kan hij een gevoel van zinloosheid maar moeilijk onderdrukken: ‘Ik weet dat die plek er is, ik kom er alleen niet meer bij.’ Naar Amsterdam taalt hij niet, hier op het stille Menorca voelt hij zich prettig. Hij drinkt whisky met ijs. Wanneer zijn glas leeg is, zegt hij ‘Tingelingeling’. Dan vult zij hem bij. Echte liefde.
Waarom deze schrijversportretten zo geslaagd zijn? Ik denk omdat Heerma van Voss de gave bezit een informele sfeer te scheppen. En omdat hij dat informele ook op het papier weet te bewaren. En misschien ook omdat de meeste van de achttien schrijvers het gevoel gehad zullen hebben met een schrijver te spreken, een vakgenoot. Maar hoe het ook zij, het is een charmant boek geworden.

Peter van der Ploeg

Meer literatuur

Boek bestellen!

Andere recensies

De idealistische oerkracht van het Nederlandse popfestival Wie tegenwoordig aan Lowlands denkt, ziet al snel de uitgestrekte velden van Biddinghuizen, de enorme podia en de strak georganiseerde festivalmachine. Maar weinig bezoekers realiseren zich dat de wortels van dit inmiddels iconische evenement liggen in Utrecht,...
Lees verder Categorie: Kunst & Cultuur, Mens & Maatschappij, Muziekboek, Non-fictie
| Reageer!
Integratieprobleem? De auteur is een in Amsterdam geboren en opgegroeide man met Marokkaanse ouders. Hij werkt als wethouder (van PvdA-huize) en locoburgemeester bij de gemeente Amsterdam in de periode dat de stad wordt getroffen door een golf van geweld, racisme en antisemitisme. Naar aanleiding...
Lees verder Categorie: Levensverhaal, Mens & Maatschappij, Politiek
| Reageer!
Gertrude Bell. Een vrouw in het Midden-Oosten Vrouwen hadden het vaak niet gemakkelijk in de vroege jaren van de twintigste eeuw. Zeker niet wanneer ze zelfstandig wilden blijven of, ongehoord (!), een heuse loopbaan ambieerden. Gertrude Bell (1868-1926) was zo’n vrouw. Er bestaat een...
Lees verder Categorie: Historische roman, Roman
| Reageer!