Jeanne d’Arc – Edward De Maesschalck
Voorbij de mythe
Jeanne d’Arc behoort ongetwijfeld tot de vrouwen uit de geschiedenis die het meest tot de verbeelding spreken. Dit jonge boerenmeisje slaagde erin de oorlog tussen Engeland en Frankrijk een beslissende wending te geven. Maar wie was ze werkelijk? En hoe kon ze zo’n grote invloed uitoefenen in een wereld die door mannen werd gedomineerd? Voor een antwoord op die vragen dook de Vlaamse historicus Edward De Maesschalck in de originele bronnen. Dat levert een genuanceerd en respectvol portret van deze uitzonderlijke jonge vrouw op.
Voor de reconstructie van Jeanne d’Arcs leven deed de auteur een beroep op drie soorten bronnen. In de eerste plaats is er het goed gedocumenteerde proces uit 1431. De griffiers, onder leiding van hoofdgriffier Guillaume Manchon, leverden volgens de auteur werk van hoge kwaliteit af. Manchon verklaarde later dat hij meermaals onder druk werd gezet om zijn verslag aan te passen, maar dat hij steeds naar eer en geweten de woorden heeft genoteerd.
Een tweede belangrijke bron is het Proces van Eerherstel uit 1456, waarin tientallen getuigenissen werden verzameld en waarbij het eerdere proces wegens tal van onregelmatigheden en vervalsingen nietig werd verklaard. Daarnaast zijn er nog verschillende kronieken en documenten, zoals de Kroniek van het Beleg, die de verovering van Orléans door de Fransen onder leiding van Jeanne beschrijft.
Overtuigingskracht
Jeanne d’Arc werd in 1412 geboren in Domrémy, vandaag Domrémy-la-Pucelle, in het departement Vogezen. Haar vader Jacques was een welgestelde boer. Jeanne hielp mee op het land, maar hield zich, zoals veel meisjes in de streek, vooral bezig met spinnen en naaien. Haar opvallende vroomheid wekte soms spot op. Van jongs af aan voelde ze zich thuis in kerken en kapellen en ging ze regelmatig biechten. Velen verwachtten dan ook dat ze een religieus leven zou leiden. Toch nam haar leven een andere wending: vanaf haar puberteit hoorde ze stemmen die haar opdroegen naar de Franse koning te gaan en de Engelsen te verdrijven. Ze weigerde te huwen en legde de gelofte af maagd te blijven.
Met opmerkelijke overtuigingskracht wist ze de Franse kroonprins en zijn entourage te bewegen tot actie: het ontzet van Orléans en de daaropvolgende tocht naar Reims, waar de kroonprins tot koning Karel VII van Frankrijk werd gekroond. Jeanne speelde daarbij in op een bestaande profetie dat een maagd Frankrijk zou redden, een voorspelling die ook bij de Engelsen bekend was. Voor hen was ze eerder een heks dan een gezant van God. Toch blijkt uit verschillende bronnen dat haar aanwezigheid de Fransen moed gaf en de Engelsen onzeker maakte. Met haar vastberaden geloof en onwrikbare houding wist ze het defaitisme in het Franse leger te doorbreken.
Hervallen in ketterij
Tijdens het beleg van Compiègne werd Jeanne d’Arc op 23 mei 1430 gevangengenomen en uitgeleverd aan de Engelsen. Zij droegen haar over aan de pro-Engelse bisschop Pierre Cauchon, die in het proces een kans zag om zijn positie te versterken. Wat volgde was een schijnproces: sympathisanten werden geïntimideerd en getuigen onder druk gezet. Toch maakte Jeanne indruk door zich opmerkelijk scherp te verdedigen tijdens de ondervragingen. Uiteindelijk werd ze veroordeeld tot de brandstapel wegens het hervallen in ketterij. Een van de elementen die tegen haar werden gebruikt, was het dragen van mannenkledij. Die keuze had echter ook een praktische reden: ze werd bewaakt door soldaten en probeerde zich zo te beschermen tegen seksueel geweld.
In 1456 werd het vonnis nietig verklaard wegens ernstige procedurefouten en vervalsingen. In 1920 volgde de heiligverklaring.
Mens van vlees en bloed
Over Jeanne d’Arc zijn al bibliotheken vol geschreven. Door zich te baseren op primaire bronnen en die uitvoerig te citeren, slaagt De Maesschalck erin een overtuigend en genuanceerd beeld te schetsen van Jeanne zoals ze mogelijk werkelijk was: geen icoon, maar een mens van vlees en bloed. Op haar proces viel haar scherpe geheugen op en bovendien had ze gevoel voor humor. Zo corrigeerde ze tijdens haar proces een griffier met de woorden: “Als u nog eens mist, trek ik aan uw oren.”
Het boek is zeer verzorgd uitgegeven en bevat kleurenillustraties en kaarten. Achterin zijn stambomen, een notenapparaat met bronverwijzingen, een bibliografie en een illustratieverantwoording opgenomen.
Dit vlot geschreven boek brengt Jeanne d’Arc dichterbij dan ooit: niet als legende, maar als mens. Een aanrader voor iedereen die voorbij de mythe wil kijken en de vrouw wil begrijpen binnen haar menselijke, religieuze en politieke context.
Kris Muylle
Uitgegeven door Sterck & De Vreese
Boek bestellen!