Hollandse nuchterheid tegenover Oosterse mystiek

Zeg maar dat we niet thuis zijn – Rashid Novaire – Ambo/Anthos – 223 blz.

Zeg maar dat we niet thuis zijnRashid Novaire(1979) is een Nederlandse schrijver die in 1999 debuteerde met de bundel Reigers in Cairo, daarna schreef hij nog vier romans. Hij is ook een veelgevraagd gastschrijver voor het theater.
Zeg maar dat we niet thuis zijn is zijn vierde roman. Hoofdpersonage is Milan den Hartog, een dertiger met een Joegoslavische vader, die hij nooit heeft gekend, en een Nederlandse moeder die hem heeft opgevoed, samen met haar vriendin Marian. Milan is al jaren werkzaam bij een begrafenisondernemer, maar hij staat op het punt om die baan op te zeggen, omdat hij een handeltje wil gaan opzetten in bedjasjes. Hij denkt dat daar in Nederland een markt voor is.

Collega Elsa vraagt: ‘Wat zijn bedjasjes in godsnaam?’
‘Dat zijn jasjes die je alleen in bed draagt,’ legde ik uit. ‘Als je als vrouw zit te lezen in bed en het is een beetje koud in de kamer wordt je onderlichaam wel verwarmd door het dekbed, maar van boven is het toch best fris.’
Als nul komma één procent van de Nederlandse vrouwen zo’n jasje aanschaft, dan is hij uit de kosten.

Zover komt het voorlopig nog niet, want zijn baas vraagt hem wat langer aan te blijven vanwege enkele ingewikkelde zaken. Zoals de zaak van de dode meneer Mohammed Jahangir, een Koerd die heeft gelogen over zijn afkomst en nu vanwege die leugen niet terug kan naar zijn geboortegrond. Er is een Marokkaanse familie die hun moeder terug wil halen uit Marokko, maar het lijk is verdwenen. Tenslotte krijgt hij van de moeder van een overleden lid van een motorbende dertigduizend euro overhandigd in een Alditas. Dat kan een mooi aanvangskapitaal zijn voor zijn handel in bedjasjes. Maar hij zit met het uit criminaliteit verkregen geld toch in zijn maag.

Wat te denken van de dode meneer Jahangir die vanuit zijn koelcel mails stuurt naar zijn zoon? Milan gelooft daar natuurlijk niets van. Hij houdt zich aan de feiten en een feit is dat Jahangir heeft gelogen en dus waarschijnlijk niet naar Iran terug kan, maar in Nederland zal moeten worden gecremeerd of begraven. Dat is voor de familie onbespreekbaar. Dit leidt tot emotionele uitbarstingen van zijn vrouw en dochter. Onder dit alles blijft Milan tamelijk onbewogen.

Zeg maar dat we niet thuis zijn betekent dat vluchtelingen hier wel wonen, maar dat Nederland nooit hun thuis wordt. De dochter van de heer Jahangir, zegt het letterlijk tegen Milan als er op de deur gebonsd wordt.
Novaire zet de nuchtere Nederlandse mentaliteit af tegen het Oosterse gevoel voor mystiek. De zaken rond de drie doden en het privéleven van Milan den Hartog, die worstelt met zijn seksuele identiteit, vormen de draden die Rashid Novaire vakkundig door elkaar heeft geweven in deze boeiende roman, die in een toegankelijke en poëtische stijl is geschreven.

Pieter Feller

Andere recensies

De kracht van verbindende taal Stine Jensen en Ingeborg Herdingh richten zich in Open op iets wat vandaag bijzonder kostbaar is: taal die verbindt in plaats van splijt. Hun boek is een pleidooi voor woorden die niet oordelen, maar ontmoeten. In een inleidend hoofdstuk...
Lees verder Categorie: Gezondheid & Psychologie, Non-fictie
| Reageer!
Scheiden doet lijden ‘Hij had geen idee gehad dat haar gewoontes het patroon van zijn dagen bepaalden tot die er niet meer waren. Hij had geen idee wat hij met zichzelf aanmoest als hij alleen was en vroeg zich af wat mensen die hun...
Lees verder Categorie: Roman
| Reageer!
Dorpsidylle met inktzwarte rand In een afgelegen Duits Alpendorp woont de oude, ongetrouwde Max. Hij is er geboren en getogen en heeft er altijd gewoond.  De roman begint met de overpeinzingen van de oude boerenzoon, terwijl hij voor het raam staat en naar de...
Lees verder Categorie: Boek van de week, Literatuur, Roman
| Reageer!