Moord en humor op Sicilië

Tante Poldi en de Siciliaanse Leeuwen – Mario Giordano – vertaling: Sylvia Wevers – De Fontein – 304 blz.

Ondanks titel en auteursnaam is dit geen Italiaans product. Giordano is afkomstig uit München (alhoewel telg van een Italiaan die naar Duitsland geëmigreerd is) en het boek is dan ook oorspronkelijk in het Duits verschenen. Tante Poldi heet eigenlijk Isolde Oberreiter, dochter van Georg, voormalig hoofdcommissaris van politie te Augsburg, van wie ze kennelijk haar speurdersneus heeft geërfd. Wat doet deze oudere dame op Sicilië? Dat wordt keurig verklaard door de auteur: “Op haar zestigste verjaardag vertrok mijn tante Poldi naar Sicilië, om zich daar beschaafd dood te zuipen en ondertussen naar de zee te turen. Tenminste, dat vreesden wij allemaal, maar er kwam wat tussen. Sicilië is gecompliceerd, zelfs sterven kun je er niet zomaar, er komt áltijd wat tussen.” Dit citaat dient nog nadere verklaringen. Waarom zou zij dood willen? Ach, wat heeft het leven haar te bieden na de dood van haar geliefde echtgenoot Guiseppe (Peppi)? Gezien de oorspronkelijke nationaliteit van haar man en de plaatselijke natuurlijke omstandigheden is Sicilië niet geheel onlogisch.

Ook om verklaring vragen “mijn tante” en “wij allemaal”. Het eerste beduidt dat het verhaal niet uit de mond van Tante Poldi komt, maar wordt opgetekend door haar – naamloze – neef. Hij luistert steeds aandachtig naar de verhalen van zijn tante en geeft haar belevenissen (niet zonder haar commentaar) door aan de lezer. Tante Poldi is dus de hoofdpersoon en niet de auteur. Met het  tweede wordt verwezen naar de familie van haar man (de zussen Terese, Caterina en Luisa en de man van de eerste, oom Martino) die opnieuw Sicilië als domicilie hebben gekozen en wel de streek ten oosten van de Etna, waar onze heldin zich eveneens vestigt: in de Via Baronessa in het piepkleine plaatsje Torre Archirafi,  waar zij vereerd wordt met de naam Donna Poldina.

“ er komt áltijd wat tussen” vertelt het citaat.  In dit geval de moord op Valentino. Tante Poldi raakt in de zaak verzeild omdat Valentino geregeld klusjes voor haar deed. Maar belangrijker nog: zíj is degene die het lijk ontdekt! Is zij daarom verdacht bij ‘comisario’ Montana? – ze krijgt vlinders van hem.  Ze ‘heeft iets’ met politiemensen, vooral in uniform als verkeersregelaar. Ze maakt vaak foto’s van deze “figure accattivanti”. En dat helpt haar zowaar op weg… Maar voordat de oplossing aan de orde komt, stroomt er nog heel wat water van de Etna naar beneden.

Tante Poldi wordt snel geaccepteerd in Torre Archirafi en zij leert heel wat mensen kennen, met wie zij bevriend raakt, zoals Valérie Raisi de Belfiore, de eigenaresse van het palazzo Ferminemorte. Waar al snel ontdekt wordt dat één van de twee stenen leeuwen die de toegang ‘bewaken’, is gestolen. Wat heeft dat te betekenen? Bijkomstig (of niet) is dat oom Mimi van Valérie “leone di cancella” (poortleeuw) wordt genoemd. Niet alleen vrienden, Tante Poldi maakt ook vijanden. De belangrijkste daarvan is Italo Russo die een louche bedrijf heeft naast Ferminemorte. Zij kan het niet nalaten hem diverse malen te provoceren.

Bij het lezen was het mij onmogelijk niet verscheidene keren te denken aan Tante Pollewop van Godfried Bomans, net zo scherp van tong en overvloeiend van dadendrang. Of hebben we te maken met een moderne versie van Miss Marple? Zijn er overeenkomsten met bijvoorbeeld Miss Seeton of Jessica Fletcher? – om maar eens een paar vrouwelijke detectives op te noemen. De conclusie is: nee!

Giordano geeft Tante Poldi een zodanig ander karakter mee dat het appels met peren vergelijken is. Tante Poldi is eigenlijk niet te beschrijven, je moet haar al lezende leren kennen en daarvoor geeft de auteur de lezer ruim voldoende mogelijkheden.

Wat de inhoud betreft zou je het twee boeken in één kunnen noemen: de speurtocht naar de moordenaar door Tante Poldi en de Italiaanse autoriteiten en ten tweede een eerbetoon aan het eiland Sicilië, waarvan de beschrijving intens en enthousiasmerend is. Elk klein dorpje en plekje krijgt een gedetailleerde schildering mee met daarnaast ook de bewoners en ander volk. De verschillen zijn duidelijk te merken in de schrijfstijl van Giordano. Maar ook de volksaard en andere typisch Italiaanse aangelegenheden passeren de revue. Over de misdaad: “Als jullie in Noord-Europa ‘Sicilië’ zeggen, bedoelen jullie eigenlijk ‘maffia’… Jullie romantiseren de maffia, net als zoveel andere dingen…een puur verzinsel van het noorden om het zuiden in een kwaad daglicht te stellen.” Over de Italiaanse koffie: “Het gaat niet om de koffie als dránk. Het gaat om de suiker. De koffie  is alleen bedoeld als cafeïne houdende, warme aromadrager voor het oplossen van suiker. Daarom heb je ook niet veel koffie nodig. Liever minder, maar bij voorkeur wel heel sterk.” “Bella Figura” is voor Italianen haast verplicht, zegt de auteur en vertelt erbij dat bijvoorbeeld ongeduld uit den boze is. Hoe dit alles door hem werkelijk bedoeld is, serieus of ironisch moet de lezer zelf maar bepalen en beoordelen hoe goed hij ‘de Italiaan’ begrijpt.

De stijl van Giordano leest zeer prettig. Hij heeft ervoor gezorgd dat het ook Italiaans klinkt met alle chaos, ironie en wolligheid die er te vinden is. “…een kleine woning waar het naar sigaretten, uien en wanhoop rook.” “Een piepkleine herinnering, al half ten ondergegaan in vergetelheid.” Buitengewoon knap hoe hij zijn stijl aanpast aan de vele figuren  die het boek bewonen en die tegen het slot nog eens allemaal ten tonele verschijnen.

De speurtocht is even verrassend en soms wat absurd als Tante Poldi zelf, maar je blijft met haar meeleven en probeert haar te begrijpen. Dat zorgt voor een bijzondere ‘whodunit’, waar niet alleen liefhebbers maar ook anderen van kunnen genieten. Een aangename aanvulling die inmiddels al een aantal nieuwe avonturen van Tante Poldi heeft opgeleverd. Ontspanning van topniveau. Boek bestellen!

Kees de Kievid

Boek bestellen!

Andere recensies

Luuk en Lotje – Het is winter – Ruth Wielockx – Clavis – 32 blz. Het is zo fijn dat er geweldige prentenboeken zijn voor de jongere doelgroep. Dit is er zo eentje. Terwijl ik dit aan het schrijven ben, is het op verschillende...
Lees verder Categorie: Prentenboek
| Reageer!
Doris – Lo Cole – Vertaling: Mariella Manfré – De Vier Windstreken – 32 blz. Wat een lief prentenboek is dit. Echt een zoekboek voor peuters. Het is in heerlijke kleuren uitgevoerd en dat is vooral toepasselijk, omdat het over een olifantje gaat waar...
Lees verder Categorie: Prentenboek
| Reageer!
Hein-Anton van der Heijden – Twee koffers – Elikser – 255 blz. De titel beschouwend zijn er twee mogelijkheden. De eerste is niet zo waarschijnlijk: de hoofdpersoon en verteller Léon Huet, “schrijver van bevlogen beschouwingen en boeken over film”, erft twee koffers met erotica...
Lees verder Categorie: Literatuur, Roman
| Reageer!