“Wie het absurde van de wereld ziet en dan kan lachen, komt er wel”

Jowi SchmitzAls Jowi Schmitz(Leiderdorp, 1972) wordt gegrepen door een verhaal dan gaat ze het schrijven. Of dat nou fictie, non-fictie, kinder- of volwassenenboeken zijn. Op het moment is ze bezig met een Young Adult boek, daarnaast flirt ze met het schrijven van scenario’s. Ze debuteerde met Leopold, schreef daarna Kus van je zus en haar derde roman bleek een kinderboek Ik heet Olivia en daar kan ik ook niks aan doen. Het werd bekroond met een Vlag en Wimpel. Ze schreef de kinderthriller Schat onder de stad en Te vroeg geboren, dagboek over mijn zoon een verslag over haar veel te vroeg geboren kind. Ook schreef ze Nooit nooit nooit meer aan de wal een foto- en verhalenboek over de bootbewoners van Amsterdam. Daarnaast is Schmitz journalist en docente bij de Schrijversacademie.

Uit wat voor gezin kom je? Werd er veel gelezen?

Mijn oudere broer stond ’s ochtends voor het naar school gaan, vaak met één been in een broekspijp, de rest van het aankleden vergeten omdat hij een boek was tegengekomen.
Mijn ouders lazen en lezen ook gretig. Ik was het contrast, las voor mijn gevoel nauwelijks. Dat bleek later vergeleken met de rest van de wereld wel mee te vallen.

Wanneer schreef je je eerste verhaaltje of gedicht en waar ging het over?

Op mijn achtste begon ik aan een vervolgverhaal over een cavia die in zijn vrije uren superheld is. In een schriftje dat ik angstvallig verborgen hield. Misschien omdat ik een heldhaftige cavia zelf ook wat dubieus vond, maar ik weet vooral dat het geheim minstens zo belangrijk was als het schrijven.

Je eerste boek, Leopold, was er een voor volwassenen. Daarna heb je nog een boek voor volwassenen en een paar kinderboeken geschreven, daarna een non-fictieboek over woonboten in Amsterdam en een boek met een verzameling blogs over je te vroeg geboren kind. Kun je iets vertellen over de verschillen die er voor jou zijn in het schrijven van zulke verschillende genres?

Nooit nooit nooit meer aan de wal over bootbewoners van Amsterdam schreef ik omdat ik zelf op een boot woon en ontdekte dat dat boek er niet was. Een gapend gat in de Amsterdamse geschiedenis. Ik heb het vol trots gedicht.
De fictieboeken die ik schreef verdeel ik voor mezelf niet speciaal in boeken voor jeugd of boeken volwassenen. Ik heet Olivia en daar kan ik ook niks aan doen begon als mijn derde roman en pas toen ik het aan een vriendin liet lezen die er verstand van heeft, kwam het idee dat het wellicht een kinderboek was. De kinderthriller Schat onder de stad heb ik overigens wel voor kinderen geschreven. Het genre bestond nauwelijks, ik hou er wel van om naast verhalenschrijver ook ‘uitvinder’ te zijn.
Kortom: ik volg steeds het verhaal dat zich aandient. Het hokje verzint de uitgever er later bij.

Schrijf je thuis of heb je een werkplek buiten de deur?

Het liefst buiten de deur! In cafés, in treinen. Met de hand, met een vulpen in het – na jaren onderzoek gevonden – ideale schrift.

Heb je het verhaal voor een boek van tevoren helder in je hoofd of ontstaat dat pas tijdens het schrijfproces?

Meestal heb ik vrij helder een situatie en een vraag voor ogen. Een jongen die wegloopt omdat hij iets gruwelijks heeft gedaan. Maar wat dat gruwelijke is en waaróm het zo gruwelijk is, weet ik dan nog niet.

Na het literaire kinderboek Ik heet Olivia en daar kan ik ook niks aan doen, heb je de jeugdthriller Schat onder de stad geschreven. Staat er een volgend kinderboek op stapel?

Nou, over die jongen die wegloopt dus, dat wordt misschien wel een Young Adult boek.

Je hebt twee jonge kinderen. Hoe combineer je het schrijven met het moederschap?

Voor mijn oudste van vijf ben ik bezig met een vervolgverhaal, het idee is dat ik elke avond een hoofdstuk voorlees. Ik ben al wel begonnen met schrijven maar nog niet met voorlezen, we zijn nog met de Gebroeders Leeuwenhart bezig. De jongste van anderhalf eet boeken, letterlijk. Voor hem kies ik de lekkerste uit.

Je boeken zijn bij verschillende uitgevers verschenen. Is dat bewust zo gekozen?

Ik begon bij Cossee. Toen ik een kinderboek bleek te schrijven heb ik bij Lemniscaat aangeklopt. Lemniscaat doet weer geen thrillers, dus voor mijn kinderthriller werd ik doorverwezen naar Leopold.

Welke schrijvers hebben je beïnvloed?

Margaret Atwood, Paul Auster, Jeanette Winterson, Roald Dahl.

Wil je vijf boeken/schrijvers noemen die je zeer aanspreken?

Oryx and Crake, Moonpalace, Kersen Kruisen, Mijn liefje, mijn duifje en dan in het bijzonder het verhaal over die man met de zippo en de pink – Man from the South. Alle boeken van Paul Biegel, wat een techniek.

Hier kun je nog iets zeggen wat je kwijt wilt.

Sinds Olivia ben ik jeugdboeken van de huidige generatie Nederlandse auteurs gaan lezen. Wat een ontdekking, wat een waanzinnig mooie boeken. Het meest hou ik van de licht absurde humor, het soort dat je kinderen gunt. Want wie het absurde van de wereld ziet en dan kan lachen, die komt er wel.

Vragen: Tiny Fisscher en Pieter Feller

Foto auteur: Friso Spoelstra

Andere recensies

Zie niet om, want het kost je ’n illusie Na de Tweede Wereldoorlog probeerde Nederland minder ontwikkelde landen te helpen een betere toekomst te verwezenlijken. Dit streven stond lange tijd in de Nederlandse samenleving niet ter discussie. Pas in de jaren negentig werden van...
Lees verder Categorie: Geschiedenis, Mens & Maatschappij, Non-fictie
| Reageer!
Nalatenschap tussen goden, geschiedenis en geweten Met Nausikaä en de grote goden heeft Pim Wiersinga een opvallend boek nagelaten: een roman in verzen die de lezer meeneemt naar de wereld van de late Oudheid, maar tegelijk indringend spreekt over vragen die niets aan actualiteit...
Lees verder Categorie: Historische roman, Roman
| Reageer!
Poëtische verhaaltjes over dieren Schildpad loopt al een tijdje te piekeren. Er spookt een vraag door zijn hoofd waar hij maar geen antwoord op vindt. ‘En nu?’ denkt hij steeds. Uiteindelijk vraagt hij zijn vriend Das om raad. Das vertelt hem dat hij zichzelf...
Lees verder Categorie: Filosofie, Kinderboeken
| Reageer!