Krijgstoneel van Europa – Paul Hulsenboom
Europa onder Breda’s muren
Tussen het begin van de Tachtigjarige Oorlog in 1568 en het beleg van 1624 kende Breda een bijzonder woelig bestaan. De stad was gelegen in het hertogdom Brabant, een grensgebied tussen Noord en Zuid. De stad vormde een twistappel die om de zoveel tijd werd aangevallen: in nog geen zestig jaar tijd wisselde de stad vier keer van machthebber. Een van die machtswissels is legendarisch geworden: de list met het turfschip in 1590. Daarbij smokkelden twee neven van schipper Adriaen van Bergen een groep soldaten, verborgen onder een lading turf, het kasteel van Breda binnen. Onder leiding van prins Maurits werd de stad vervolgens vrijwel zonder bloedvergieten heroverd op de Spanjaarden.
Caleidoscoop van stemmen en perspectieven
In Krijgstoneel van Europa. Tijdgenoten over het Beleg van Breda 1624-1625 richt Paul Hulsenboom zich op het volgende grote beleg, dat van 27 augustus 1624 tot 2 juni 1625 duurde. De Spaanse bevelhebber Ambrogio Spinola omsingelde de stad met een enorm leger. Binnen de muren probeerde gouverneur Justinus van Nassau, een buitenechtelijke zoon van Willem van Oranje, het moreel hoog te houden, terwijl de bevolking gebukt ging onder ziekte, honger en artillerievuur.
Het beleg duurde ruim negen maanden en kreeg internationale weerklank vanwege de roem van de betrokken machthebbers, de grote belangen die op het spel stonden en de lange duur van de strijd. De krachtmeting had een Europese dimensie, dat soldaten aantrok van Ierland tot Kroatië. Diplomaten, krijgsheren, reizigers, dichters en kunstenaars volgden de strijd van nabij of via berichten en prenten. Die veelheid aan reacties vormt de kern van Hulsenbooms boek: het is geen eenzijdig militair relaas, maar een caleidoscoop van stemmen en perspectieven.
Acht talen
Het boek is opgebouwd uit vijftien thematische hoofdstukken. Elk hoofdstuk opent met een uitgebreide toelichting van de auteur waarin hij de historische achtergrond koppelt aan een tekst uit de periode. Opmerkelijk is enerzijds de grote diversiteit aan teksten: dagboekfragmenten, brieven, gedichten, kronieken. Anderzijds is er ook de meertaligheid van de bronnen. Hulsenboom werkt met teksten in liefst acht talen (Nederlands, Spaans, Engels, Frans, Duits, Italiaans, Latijn en Pools). De vijftien bronteksten worden steeds in tweevoud gepresenteerd: de originelen staan schouder aan schouder met de moderne Nederlandse vertolkingen. Alle her- en vertalingen zijn trouwens van de hand van Hulsenboom zelf. Een grote uitdaging zeker wat betreft de dichterlijke werken.
Kroonprins van Polen
De bronnen zijn opmerkelijk divers. De Delftse arts Frederik van der Meye beschrijft de gezondheidssituatie binnen de stad. Maria van Reigersberch, de vrouw van Hugo de Groot, schrijft vanuit Middelburg een brief naar haar man in Parijs waarin ze, naast een aantal persoonlijke zaken, ook melding maakt van de ontwikkelingen in Breda. Stefan Pac, een diplomaat en koninklijk secretaris uit Litouwen brengt een reisverslag van het bezoek van de kroonprins van Polen, Wladyslaw Zygmunt aan Spinola eind september 1624. Tijdens de strijd om Smolensk in 1632-1634 zullen Poolse ingenieurs hun ontwerpen deels baseren op de fortificaties rond Breda. De Bohemer Johannes Sictor brengt een lofdicht op stadhouder Maurits van Oranje die stierf tijdens het beleg. Het resultaat is een veelkleurig beeld waarin tegenstrijdige interpretaties naast elkaar bestaan. Het boek behandelt niet alleen de gebeurtenissen zelf, maar ook de manier waarop latere generaties ernaar teruggrepen. Toen Breda in 1637 opnieuw van machthebber wisselde, werd het verhaal van 1624-1625 ingezet in literatuur en propaganda. Zo werd de belegering onderdeel van een collectief geheugen waarin heldendom, lijden en doorzettingsvermogen centraal stonden.
Zeer aantrekkelijke publicatie
De vormgeving door YURR.Studio en de kwalitatief sterke uitgave van WBOOKS maken het boek tot een zeer aantrekkelijke publicatie. Het oog voor detail in lay-out, typografie en beeldkeuze ondersteunt de inhoud zonder af te leiden. Elk hoofdstuk sluit af met noten, en achterin is een uitgebreide bibliografie opgenomen met zowel primaire bronnen als secundaire literatuur.
Toegankelijk en academisch onderbouwd
Een van de grootste verdiensten van Krijgstoneel van Europa is dat het academisch stevig is onderbouwd en tegelijk zeer toegankelijk blijft. De vertalingen maken het materiaal toegankelijk voor een breed publiek, terwijl de toelichtingen voldoende diepte en nuance bieden om ook kenners te boeien. Voor studenten, gidsen of geïnteresseerden in vroegmoderne geschiedenis is het een uitstekende instap, maar ook voor specialisten bevat het ongetwijfeld nieuwe invalshoeken.
Kris Muylle