De bijna vergeten ontdekker

Philips Christiaan Visser, Nederlands laatste ontdekkingsreiziger – Maarten Faas – Verloren – 231 blz.

Eigenlijk had deze biografie in of kort na 1955 moeten verschijnen als autobiografie of de memoires van Visser. Hij had de eerste twee hoofstukken als af, maar kwam aan de zuurstof te liggen (frappant voor een beklimmer van de hoogste toppen der wereld) en overleed kort daarna aan ernstig hartfalen. Zijn huidige biograaf, de sociaal-wetenschapper en auteur Maarten Faas, was op dat moment nog net niet geboren. Al vroeg treedt Faas min of meer in Vissers voetstappen en wordt een even hartstochtelijk bergbeklimmer als zijn grote voorbeeld. Hij schrijft de canon van de Nederlandse bergsport (2012), waarbij hij natuurlijk niet om Visser heen kon.

In die autobiografische geschriften van Visser vertelt hij geen memoires te schrijven. “Ik heb nog nimmer memoires onder ogen gekregen waarin de schrijver zijn fouten tentoon spreidt. (…) Maar in zekere zin schrijf ik ze (…) voor mijn eigen genoegen”. Faas maakt dankbaar gebruik van deze twee hoofdstukken bij het beschrijven van de jeugd van Visser. Tijdens zijn laatste dagen typt Visser ook nog een belangrijke ontboezeming over zijn leven: “Ik heb nimmer gesolliciteerd naar een betrekking, (…) want het waren de bergen, die mij leiding gaven, die dikwijls plotseling ingrepen en mij in een richting stuwden, welke ik niet had voorzien, noch had verwacht en uit eigen beweging ook niet gekozen zou hebben, maar die toch steeds juist is gebleken.” Hoe is dat zo gekomen?

De eerste kennismaking van Visser met ‘bergen’ is zijn beklimming van de Goudsberg (50 meter) in de buurt van Lunteren. Na zijn opleiding aan de HBS en Handelsschool (Instituut Esmeijer) te Schiedam, gaat hij in het bedrijf van zijn vader, destilleerderij De Graauwe Hengst, werken. In 1902 gaat hij voor het eerst naar Zwitserland en beklimt daar de Galenstock. “Van dat ogenblik af hadden de bergen mij in hun ban gevangen en lieten mij niet meer los.”

In 1910 ontmoet hij Jenny (Jeanette) Hooft (nazaat van PC Hooft). Zij heeft op kostschool in Zwitserland gezeten en is net zo begeesterd van de bergen als Visser. In januari 1912 treden zij in het huwelijk en zijn vanaf dat moment onafscheidelijk in diverse (berg)expedities. Visser schrijft in 1913 “een van de oudste boeken over wintersport ter wereld”.  De eerste buiten-Europese tocht gaat naar de Kaukasus. Ze moeten de reis wegens het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog echter afbreken.

In 1916 overlijdt vader Gerrit Visser. Er zijn nogal wat strubbelingen rond de erfenis, vooral met neef Daniël. Philips verkoopt bedrijfsdelen aan hem en zijn broer Bastiaan. Wel zorgt het ervoor dat hij voldoende financiële middelen heeft voor zijn bergtochten en expedities. Pas in 1927 verkoopt hij zijn bedrijf. In 1918 speelt hij nog een rol in de “revolutie van Troelstra” in Schiedam, maar een jaar later aanvaardt hij zijn benoeming als honorair attaché bij de Nederlandse ambassade in Stockholm. Aldaar leren Philip en Jenny, Sven Hedin (hij wordt ook uitvoerig beschreven door Faas) kennen. Het is op zijn aanbevelen dat het echtpaar voor hun eerste expeditie kiest voor Karakoram een hooggebergte tussen Kashmir (Himalaya) en Chinees Turkestan.  Het gebeid is nog niet grondig onderzocht en er zijn nog veel blinde vlekken op de kaart aanwezig. Nu wordt Philip (met Jenny) een echte ontdekkingsreiziger. Twee Zwitserse berggidsen, Lochmatter en Brantschen zijn aan de expeditie toegevoegd.

De tweede expeditie, 1925, gaat weer naar Karakoram, nu het gebied rond de rivier de Hunza, waarvan de zijdalen nog volledig onbekend zijn. Naast Lochmatter en diens neef gaat ook een vriend van de Vissers mee: mr. Binnert Philip baron van Harinxma thoe Slooten. De aard van de expeditie is nu meer wetenschappelijk dan avontuurlijk

1929 en 1930 zijn de jaren van hun derde Karakoram expeditie plaats. Ze komen nu op Chinees grondgebied (huidige provincie Xinjiang). Tot het reisgezelschap behoren dit keer Lex Sillem, ornitholoog, opnieuw Franz Lochmatter en de Zwitserse geoloog en berggids dr. Rudolf Wyss. Natuurlijk waren aan alle expedities ook cartografen verbonden die de blinde vlekken moesten opvullen.

Een soort rustpauze lijkt het wel, de periode tussen de derde en vierde Karakoram expeditie: in dienst van de Nederlandse regering als consul-generaal in Calcutta, het toenmalige Brits-Indië. Van daaruit vertrok het echtpaar naar de bergen. Ten eerste moest nog een deel van de Saser Muztagh in kaart gebracht worden, daarna het zuidelijke deel van Sasar La. De cartografen waren vanzelfsprekend van de partij evenals dr. Wyss.

Na de vierde expeditie waren Philip en Jenny klaar met hun ontdekkingsreizen. Philip wijdde zich geheel aan de diplomatieke dienst. Hij was respectievelijk gezant in Turkije (Ankara) en Zuid-Afrika (Pretoria). – Jenny overleed in 1939 in Ankara. – Van 1948 tot 1950 bekleedde hij het ambt van ambassadeur in Moskou.

Tussen alle benoemingen en expedities door gaf Philip veel lezingen en schreef artikelen en boeken. Na zijn dood in 1955 was het met de bekendheid van Philip snel bekeken, ondanks zijn geweldige invloed op de Nederlandse bergsport en alpinisme. Het is daarom volkomen terecht van Maarten Faas hem in dit prachtige boek aan de vergetelheid weet te ontrukken. Jenny’s naam daarentegen leeft voort in de ‘Jenny Visser-Hooft Pickel’: sinds 2006 een wisseltrofee voor Nederlandse vrouwen die bijzondere alpiene prestaties hebben geleverd. Gelukkig heeft Philip tijdens zijn leven de verdiende waardering ontvangen in de vorm van een eredoctoraat aan de Universiteit van Innsbruck.

Uitgeverij Verloren heeft aan dit alles een prachtige uitgave gewijd: ingebonden hardcover met veel illustraties en citaten van Vissers zelf en anderen over hem. Registers en bibliografie ontbreken niet en zijn handig. Officieel “Philips”, maar kennelijk vervalt in het dagelijks gebruik de s. Zo zullen we hem en zijn vrouw nooit meer vergeten.

Kees de Kievid

Boek bestellen!

Andere recensies

Hoe schildpad aan zijn schild komt – Kristel Steenbergen – Moon – 48 blz. In dit sprookje houden de wolken elk jaar een groot feest, maar omdat het hoog in de lucht is, kunnen alleen de zon, de wind en de vogels er komen....
Lees verder Categorie: Prentenboek
| Reageer!
Der Naturen Bloeme – Jacob van Maerlant – vertaling: Ingrid Biesheuvel – Walburg Pers – 288 blz. Niet zo ver van het Zeeuwse Sluis is het Vlaamse Damme gelegen. In lang vervlogen tijden vormde dit stadje een voorhaven langs het Zwin, de zeegeul die...
Lees verder Categorie: Kunst & Cultuur, Non-fictie, Wetenschap
| Reageer!
De lijst van Violet Sopjes – David Vlietstra – Illustraties: Yoko Heiligers – Gottmer – 224 blz. Ik verklap niets als ik vertel dat er dodo’s in dit boek voorkomen, tenslotte staan de vogels op de voorkant. Ze leven in een boerenschuur en worden...
Lees verder Categorie: Boek van de week, Kinderboeken
| Reageer!